top of page

Chili II

  • Monique Jansen
  • 5 uur geleden
  • 12 minuten om te lezen


Het is dinsdagochtend echt vroeg als de wekker gaat. Wij maken ons klaar om naar Calama te vliegen. De koffers brengen we bij het huis van Boudewijn, zodat we licht kunnen reizen met een rugzak. Ook Boudewijn is klaar voor onze trip. De huurauto wordt ingeleverd en wij kunnen daarna door naar de airport om onze binnenlandse vlucht naar Calama te pakken. Calama ligt noordelijker, het is een vlucht van 2 uurtjes. Daar worden we opgewacht door onze chauffeur die ons naar San Pedro de Atacama zal brengen. Deze stad ligt op anderhalf uur rijden van het vliegveld van Calama. We rijden door de hooggelegen Atacamawoestijn. Het is er droog, dor en stoffig. De stad ligt op een altiplano, op zo’n 2500 meter boven zeeniveau. Er is tijdens de rit geen dorpje of huis te bekennen, alleen de snelweg die het landschap doorkruist. Dan zien we, na een aantal indrukwekkende rotspartijen, een stadje midden in het groen; San Pedro de Atacama.


Deze stad is ontstaan in een oase midden in de Atacamawoestijn. Wij worden bij het reisbureau afgezet waar wij onze trip naar Bolivia hebben geboekt. Het is een toeristisch stadje, veel bedrijvigheid rondom het ‘stadscentrum’, best wel wat toeristen (van backpackers tot aan ‘luxe-poezen’) en de hoofdstraat is zo aangepast dat het er ‘authentiek’ uitziet. Die middag zullen wij onze eerste excursie hebben, naar de Atacamawoestijn. Wij gaan naar ons hotel om ons even op te frissen en wisselen vast wat geld voor Bolivia. Daarna hebben we nog een uur om te lunchen. Ik had ergens een klein Chileens eettentje gespot, net een paar straatjes buiten het centrum, en daar hebben we prima kip met friet en voor Berry een schotel met vlees en rijst gegeten. Bij het hotel worden we opgepikt om verder te rijden naar de woestijn, Valle de la Luna. Het is er daadwerkelijk prachtig.


Het is een warme dag, en de rood-bruine rotsen en zand doen een beetje aan als in Jordanië. Maar er is ook zwart vulkaan-steen- en zand. Er zijn complete zandduinen, en bij de rotsen zie je het glinsterende zout het zonlicht weerkaatsen. Het lijkt wel wat op hard ijs. We merken wel dat we hier hoog zitten, je moet echt op je adem letten en vooral niet te snel willen gaan. Maar ook door het fijne stof, dat ook tussen de ventilatoren bij de bus te zien is, merk je dat zuurstof opnemen lastiger is dan normaal. Dan word je meteen wat licht in je hoofd en wat kortademig. Op sommige plekken hoor je daadwerkelijk de zoutkristallen werken, de berg piept en kraakt! Als we bij een Mirador (uitkijkpunt) aankomen voor het laatste deel van de excursie, wordt een tafel gedekt met hapjes en komt de Pisco Sour tevoorschijn. Daar genieten we van een prachtige zonsondergang. Als der zon eenmaal achter de horizon verdwenen is, wordt het snel fris en neemt iedereen weer plaats in de bus om richtring San Perdo te gaan. Eenmaal terug hebben we nog even tijd om een hapje te eten, want anderhalf uur later worden we weer opgehaald voor het volgende evenement; een Astronomische excursie.


We zijn net op tijd voor de bus die ons oppikt. Het is een klein groepje dat zich voor deze excursie heeft opgegeven. We rijden door naar deel in de woestijn waar ook een observatorium is. Het is erg donker, waardoor je de sterrenhemel goed kunt zien. Drie enthousiaste afgestudeerden maken ons slimmer door middel van een PowerPoint presentatie, om vervolgens van de sterren, de melkweg en sommige sterrengroepen met een behoorlijk grote telescoop te kunnen genieten. Prachtig, echt prachtig, kan ik je zeggen! Deze sterrenhemel zie je helaas niet in Nederland, met alle lichtvervuiling.  Maar ook de hoogte speelt een beetje mee, heb ik het idee. Het is wel verschrikkelijk koud aan het worden, maar

er wordt nog een hapje en een drankje

aangeboden, de jongens hebben er echt een feest van gemaakt. Het is bijna middernacht als wij weer bij het hotel aankomen. Moe duiken wij ons mandje in, de volgende ochtend zullen wij om 4.30 opgehaald worden om door te reizen naar de Boliviaanse grens.


Het is donker en koud als wij worden opgehaald door een busje. Het is een sprinter, en er zitten al een aantal mensen in die dezelfde trip gaan maken als wij. Er worden nog twee anderen opgehaald, maar dan rijden we in het donker door naar de grens. Het is ruim anderhalf uur rijden in het donker, het busje maakt alleen maar een stijgende lijn over de weg. Onderweg moet je daarom een paar keer je oren klaren. De zon komt op, en als wij bij de grens aankomen, wordt het steeds helderder. Wij sluiten aan in een rijtje sprinters, die allemaal hetzelfde doel hebben, de grens over steken, die gaat echter pas om 8.00 uur open.  Het is behoorlijk koud en we moeten nog 2 uur (!) wachten voordat de grens open zal gaan. We zitten op ruim 4.400 meter hoogte. Kennelijk ‘hoort’ dit bij de excursie… vroeg vertrekken om vervolgens twee uur te wachten bij de grens. Iedereen in het busje is het er over eens, ‘dan liever later vertrekken’. De chauffeur maakt om 7.15 nog een ontbijtje voor de passagiers klaar, met verse broodjes, warme koffie en thee.


Al bibberend (het was echt goed onder nul!) eten we die. Eindelijk is het zover, de eerste busjes gaan door de Chileense grens. Als wij daar doorheen zijn, rijden we een paar kilometer door niemandsland, om vervolgens bij de Boliviaanse grenspost aan te komen. Als ook daar het papierwerk in orde is, pakken wij onze bagage en hevelen wij die over in de Toyota Landcruiser van onze gids en chauffeur Arturo. Wij rijden een klein stukje, om vervolgens kaarten te kopen voor het Nationale Park ‘Reserva Nacional de fauna andina Eduardo Avaroa’. Als ik nog even naar het toilet ga, waan ik mij weer in Ecuador/Peru van zo’n 35 jaar geleden. Wel een toilet, maar je moet even een afgesneden wasmiddel-fles volscheppen met water scheppen, zodat je kunt ‘doortrekken’. Ik ben iets minder ‘in shock’, maar merk dat dames uit Frankrijk en Amerika hier moeite mee hebben. We starten onze reis, en rijden over wat een weg voor moet stellen verder. Er is geen asfalt, maar gelukkig weet Arturo waar hij naartoe moet. Onderweg is het prachtig!


Vulkanische bergen, als opeens een meer met veel wit opduikt; Laguna Blanca. Het is niet alleen wit van het ijs, maar ook van het zout dat op sommige plekken gekristalliseerd is.  Het is nog wel fris, maar omdat het iets later op de dag is, zoveel aangenamer dan vanmorgen. Er lopen Vicuña’s en Guanaco's (iets groter dan de Vicuña's, maar kleiner dan de Lama) los, die kennelijk wel de aanwezigheid van mensen gewend zijn, maar nog steeds te wild om dichtbij te kunnen komen. De Vicuña’s kennen manlief en ik nog van onze Ecuador-Peru-trip. Deze zijn een stuk kleiner dan lama’s, met een veel zachtere en dunnere vacht. De wol/vacht is daardoor duurder in aanschaf. Hier blijken de Vicuña’s ‘geen eigenaar’ te hebben, in tegenstelling tot de lama’s. Ze gedragen zich ook een beetje als reewild in Europa. Kleine groepjes van moederdieren en kalfjes bij elkaar. De dieren doden voor het vlees mag niet, er staat een gevangenisstraf op van 2 jaar. Daarna komen we bij een volgende Laguna, Laguna Verde.


Geen wit, maar zoals de naam al aangeeft, groen hier. Als we verder rijden, komt er een vos richting onze auto gelopen. Wij gaan langzamer rijden, en de vos is wel schuw, maar absoluut niet bang. Ik kan een paar mooie foto’s van hem maken als er een broodje naar het dier wordt gegooid. Hij is kennelijk hongerig, maar ook dankbaar, want hij eet het snel op. Het is lunchtijd, en bij een klein restaurantje wordt een tussenstop gemaakt. Arturo vult wat diesel bij uit de jerrycans die op het dak van de auto liggen. De lunch is  eenvoudig, maar prima. Wat pasta, kip en salade, een mandarijntje als dessert. Daarna vervolgen wij onze reis, en rijden we langs stomende geisers. De geur van rotte eieren is onmiskenbaar van het vulkanische deel waar wij os op dat moment bevinden.   We rijden weer verder, over ‘geen weg’. Dan doemt er een volgend, prachtig meer op dat een deel roze kleurt door de flamingo’s; Laguna Colorado Punta Negro.


Hier wandelen wij een stuk langs het meer. De lama’s met eigenaar (dat kun je zien aan de wollen versiersels bij de oren, om de hals of ergens in de vacht) en de vicuña’s lopen door elkaar. De lama’s zijn absoluut niet bang, en blijven grazen terwijl ik die op de foto kan zetten. Dan rijden we verder, met als eindbestemming voor die dag het hotel waar wij de nacht door zullen brengen. Inmiddels heeft manlief last van de hoogte gekregen, hoofdpijn en een rare buik. Wij bevinden ons ook op hoogtes tussen de 4500 en de 5000 meter. Cocabladeren om thee van te maken of om zo op te kauwen, hielpen helaas niet. (Ik was vergeten hoe vies en bitter het is.) Als Arturo aanwijst dat ‘achter die berg’ het hotel is, lijkt het maar een afstand van maar een half uurtje rijden… Maar door de hoogte en de ijle, schone lucht, blijken dat veel meer kilometers te zijn dan ‘wij uit Nederland’ gewend zijn, en is dat gewoon nog ruim twee uur kachelen (over een ‘geen-weg’).


Net voordat de zon ondergaat, komen wij aan in een klein dorpje. Manlief duikt meteen zijn bed in. Wij worden geroepen voor het avondeten. Het is koud, er is geen verwarming, geen isolatie en de hotelkamer en badkamer zijn ingericht met het hoognodige zonder luxe. Boudewijn en ik eten samen, de maaltijd is best luxe. Omdat de douche een ‘beetje spannend’ is, sla ik die over en was me met koud water.  Dan gaat iedereen wel slapen, het was een prachtige, maar lange en vermoeiende dag met echt schitterende indrukken. Het bed is gelukkig goed, een goed matras en een paar warme flanellen lakens en lekkere dekens. Dat is geen overbodige luxe trouwens, het vriest (-5) die avond.


We kunnen uitslapen gelukkig, want we vertrekken pas om 8.30 uur. Die ochtend gaat het nog niet beter met manlief, ook Boudewijn heeft last van de hoogte. Ik ontbijt alleen, de hoteleigenaren hebben pancakes gemaakt met wat jam en ingedikte gekarameliseerde gecondenseerde melk met wat warm water zodat je thee of (oplos-)koffie kunt maken. Wij besluiten die dag niet langs de geisers en de grote cactussen te rijden, maar in één keer door naar het hotel te rijden, omdat manlief echt ziek is. Dat is nog steeds een uurtje of 4-5 kachelen over de ‘geen-weg’. Onderweg stoppen we nog wel voor een paar prachtige vicuña’s en loslopende Nandoes. Als wij in een klein dorpje bij het hotel (Hostel Isla Dorada) aankomen, gaat manlief meteen op bed met een kop thee. Boudewijn en ik eten samen een lunch met de uitbaters van het hotel en Arturo.


De eigenaar heeft een soort aardappel-stoofschotel gemaakt, waar lamagehakt in is verwerkt. Daarna vraag ik of Arturo nog even met Boudewijn en mij iets verderop wil rijden naar een paar grote cactussen. Dat wil hij wel, en als we stoppen met de auto om maar 15 meter een heuvel op te lopen voor een mooie foto van zo’n grote cactus, merk je dat zelfs dat door de hoogte (5000 meter!) grote moeite kost. We maken ook nog even foto’s van een ‘moestuin’, die nu leeg is doordat de winter begint. Die is opgemaakt in ‘terrassen’, zoals je die ook in het Noorden van Latijns-Amerika ziet, en ook met een muur omheind. Dat is om de gewassen niet alleen tegen de vicuña’s te beschermen, maar ook tegen de harde wind die hier op de open vlakte raast.


Net buiten het dorpje is de quinoa al geoogst, en wat er aan roze blad en stelen over was, ligt op een hoopje op het land voor de lama’s. Die avond eten wij met een groep Brazilianen, die dezelfde reis maken als wij en die wij ook in onze bus hadden toen wij naar de grens reden. Ook in die groep is er een dame geveld door de hoogteziekte. De badkamer in dit hotel is gelukkig minder spannend dan bij het vorige hotel. Je kunt hier gewoon met warm water douchen, zonder de angst geëlektrocuteerd te worden. Maar de badkamer bevindt zich in een aparte ruimte achter de hotelkamer, waar het weer zo’n 5 graden kouder is.  En nee, ook in dit hotel is er geen verwarming… Maar de douche was zeer welkom, ook als was er maar een paar minuten warm water. Door de harde wind en het fijne stof, zit niet alleen je kleding vol stof, ook je haren en zelfs je huid ziet er binnen 2 dagen 10 jaar ouder uit. Gelukkig voelt manlief zich die avond wat meer mens, en eet hij een beetje mee. Daar ben ik allang blij om, want de volgende ochtend gaan we naar de zoutvlaktes van Uyuni. Dat moet echt spectaculair zijn.


In de ochtend om 4.00 uur vertrekken we al. De zon is nog niet op, het is kou en het waait hard. Het heeft goed gevroren en het vriest nog steeds. Ik heb alle laagjes aan kleding die ik bij me had aangetrokken. Maar dan stopt Arturo en kijkt onder de motorkap. De motor is erg heet geworden, en in een langzaam tempo rijden we door naar een klein dorpje. Daar stoppen we voor een winkeltje en wordt de motor gekoeld met flessen water. Gelukkig kunnen we na een klein uurtje onze reis zonder gekkigheid vervolgen.



We komen aan bij de zoutvlakte, dat op zich is al zo bijzonder om te zien. De zon is nog niet op, maar het wordt wel lichter en lichter. Kilometers rijden we over de witte vlakte, waar je alleen verderop wat bergen kunt zien. We hebben geen idee hoe Arturo weet waar hij heen moet rijden, maar na meerdere kilometers zo gereden te hebben, heeft hij ergens een markeerpunt gespot en staat er een autootje te wachten. Daar krijgen wij onze regenlaarzen aangereikt, die zijn nodig, omdat er verderop een laagje regenwater op de zoutvlakte ligt.



De temperatuur is nog steeds ver onder nul. In het begin merk je daar niet heel veel van, maar naderhand neemt de kou bezit van je lijf, begin je te bibberen, en hoe schitterend het ook is, je bent koud tot op het bot en kunt even helemaal niet meer genieten. Ik ga in de auto zitten, niet dat het daar warm is, maar dan zit je in elk geval uit de wind. We ontbijten bij een uit zoutsteen opgetrokken etablissement, waar ook ooit de Bolivia-Dakar heeft plaatsgevonden. Dan mogen zowel Boudewijn als ik nog even over de zoutvlakte rijden, dat is natuurlijk hartstikke leuk! (En krijg je het meteen ook even iets warmer 😉.) We rijden door naar een dorpje waar we de laarzen in moeten leveren en nog een heel leuk hondje tegenkomen. Helaas kunnen we die niet meenemen.


We rijden door naar een stadje, waar we naar een treinkerkhof gaan en nog een lunch hebben. Hier is het gelukkig een stuk warmer. Dan wordt de auto omgeruild, maak ik nog wat foto’s van het stadje en de Boliviaanse bevolking,  drinken we nog een drankje waarna we terug rijden naar het eerste hotel (met die spannende douche…) om daar te overnachten. We lopen nog een stukje naar de rand van het dorpje, dat een stromend riviertje heeft en aan aantal huizen tegen de rotswanden gebouwd zijn. We eten pasta die avond en gaan daarna slapen. De volgende ochtend rijden we vroeg terug naar de Boliviaanse en Chileens grens. Daar ontbijten we met meerdere toeristen die ook terug naar Chili gaan en nemen we afscheid van Arturo, die met een nieuwe groep dezelfde trip gaat maken. Wij stappen na alle grenscontroles weer in een sprinterbusje, en rijden naar het lager gelegen San Pedro, waar de warmte je verwelkomd. Bij het hotel aangekomen, kunnen we meteen een heerlijk warme douche nemen en bij het lokale plein op een terras van een lekkere lunch genieten. Die middag drinken wij een wijntje bij het zwembad, eten we vroeg en gaan we niet te laat naar bed. De volgende ochtend worden we vroeg opgehaald voor onze rit naar het vliegveld van Calama en onze vlucht naar Santiago.


Eenmaal terug in Santiago halen we onze nieuwe huurauto op, brengen we Boudewijn bij zijn huis en nemen wij onze koffers weer mee naar het fijne hotel ‘Castillo Rojo’. Omdat alle kleding nu wel gewassen mag worden, gaan we naar een wasserette. Die avond eten we een heerlijke Ceviche, ik heb een stuk roodvlees met frieten en manlief een burger met een goede kaassaus. De dagen daarna zijn gevuld met een beetje bijkomen van Bolivia, Santiago beter leren kennen met een hop on-hop off bus en een autotrip naar het skigebied. We maken kennis met een aantal huisgenoten van ons kuiken, gaan naar een prachtig wijnhuis (Concha y torro) net buiten de stad en organiseren samen met 3 huisgenoten van Boudewijn, Raphael, Alice en Francesco een barbecue en surpriseparty voor ons kind die de 29e mei jarig is. Het is een drukke dag, de boodschappen moeten gedaan worden, de salades voorbereid (met keukengereedschap van een studentenhuis), er wordt last-minute nog gevraagd om vrienden en familie felicitatie-filmpjes te maken en door te sturen en ons kind moet van de uni opgehaald worden, om hem vervolgens tot 21.00 uur weg te houden van zijn huis.


Dat laatste is de grootste uitdaging 🙄😵‍💫.  Maar samen met Francesco, een hele leuke Italiaanse knul die ik wel zou willen adopteren, lukt het net aan om de salades af te krijgen. Het feest is heel erg geslaagd, hoewel Boudewijn allang in de gaten had dat er iets stond te gebeuren. Er was een Chileense vriend die zijn dj-tafel had meegenomen en om 24.00 uur kon ons kuiken zijn 23 kaarsjes uitblazen… nou ja, bijna dan, want wij bleken de verkeerde kaarsjes gekocht te hebben… die gingen niet zomaar ‘uit’. Wij maken het niet al te laat, alle vrienden en huisgenoten gaan nog naar een festival. De volgende dag is helaas onze laatste in Chili. Wij zien ons kuiken en zijn twee vrienden nog om samen een wijntje te drinken. De volgende ochtend nemen wij het vliegtuig terug naar Europa.


Wat een prachtige reis, en wat mooi om je kind zo’n groei mee te zien maken. Ik weet zeker dat hij weer vriendschappen voor het leven heeft opgebouwd. En ik hoop dat Francesco nog een keer hier aan zal waaien! En hoewel Chili niet in mijn top 10-lijstje voorkwam, ik kan het iedereen aanraden. Wat een prachtig land met vriendelijke mensen en een schitterende natuur! Maar als je gaat, ga dan in het voorjaar of de nazomer, want nu was het soms best fris (en in Uyuni Bolivia gewoon echt heel koud!) Voor Wodkawoensdag zou ik iets meenemen, dat zijn de Madeleines geworden. Heerlijke zachte cakejes, met een iets nootachtige smaak door de roomboter als een beurre noisette. Ik wens je een mooie week!



 
 
 

©2020 Monique Jansen

bottom of page