top of page
  • Monique Jansen

Selamat Makan

Bijgewerkt op: 11 sep. 2023


Vandaag geef ik je drie Indo-recepten tegelijk. Deze horen ook echt bij elkaar. Te beginnen met Monique’s Saté. Deze draagt mijn naam, omdat ik het recept van mijn moeder heb aangepast in de loop der jaren. Maar de basis is helemaal van mijn moeder. Ik moet zeggen dat bij dit recept, net als bij de Monique’s Pindasaus, het aankomt op smaak en gevoel. Indo’s koken meestal niet precies met aantal grammen of milliliters. Dat maakte het ook best lastig, want als ik vroeger mijn moeder belde voor een recept, antwoordde zij met ‘een stukje zo groot als je duim’ (mijn duimen waren een stuk langer dan die van haar), ‘een kopje van dit’ (mijn servies was van een ander merk en grootte) of ‘een snufje van dat’. Daarom staan er wel hoeveelheden bij, maar wat je vooral altijd bij koken moet doen, is proeven!! En als je denkt dat er iets meer van dit of dat bij moet, gewoon lekker toevoegen. Doe dat wel met beleid en met kleine beetjes, want er bij doen kan altijd, maar iets eruit halen, niet.

Ik heb het mezelf ook gemakkelijk(er) gemaakt door aan de slager te vragen de speklappen voor de saté in dunne plakken te snijden. Nu hoef ik het vlees niet meer in stukjes te snijden om deze, na het marineren, aan een stokje te rijgen. Ik heb daar nog ‘trauma’s’ van, 80 stuks saté te rijgen, met je handen in het koude vlees en steeds met zo’n prikker in je vinger prikken, omdat het gevoel eruit was door de kou. Nu kan het vlees om een stokje gewikkeld worden, en dat scheelt heel veel werk en je hebt geen wondjes aan je vingers.

Mijn moeder had nog een ‘eigenaardigheid’ wat de Gado Gado betreft. Als we dat aten, en er werd taugé gebruikt, moesten mijn zus en ik (net als bij de taugé die werd gebruikt voor de loempiavulling!) de staartjes van de taugé breken… Waarom? Het was niet mooi. Ik ben het ermee eens dat het er mooier uitziet zonder het staartje, maar hee, wat een werk, en zoveel komt het de smaak ook weer niet ten goede. Ik wil je besparen hoeveel tijd het kostte om van een kilo taugé de staartjes eraf te halen, maar neem van mij aan dat het een monnikenwerk is. Als ik Gado Gado maak, werk ik met hoeveel we zijn met eten of met wat er voor handen is in de koelkast. Ik maak dus eigenlijk nooit én de sperziebonen, én de kool, én de tahoe, én de wortel etc, maar gebruik in elk geval 3 soorten, omdat dat er ook leuker uitziet op een schaal. De pindasaus serveer ik, net als de kroepoek en de gefruite (die koop ik altijd kant en klaar) uitjes naast de Saté en de Gado Gado, zodat iedereen zelf kan kiezen hoeveel ze hiervan willen hebben.

Monique’s Pindasaus is dus ook zo’n recept dat zo ongeveer opgeschreven is wat ingrediënten betreft. Ik maak het, kijk naar de kleur, proef ondertussen en doe er dan iets bij waarvan ik denk dat ik dat nog een beetje mis. Ik maak de saus vaak een dag van tevoren klaar. Dan heb ik mijn Tjobèk/Cobek (wrijfsteen) toch al gepakt voor de marinade voor de saté. Die marinade maak ik ook een dag van tevoren, zodat de smaken goed in het vlees kunnen trekken. Dan maak ik de satésaus, want die kun je de volgende dag opwarmen. Wat ik de dag van tevoren kan doen, doe ik ook, want op de dag dat de barbecue aangestoken wordt, heb je vaak genoeg andere dingen te doen, te maken of voor te bereiden. De Gado Gado blancheer ik wel op de dag dat we die eten, dat is gewoon veel lekkerder.


Ik wens je heel veel Indo-kookplezier met deze recepten. Binnenkort zullen er meer van zulke recepten volgen. Door onze mooie reis is mijn Indo-vuur weer aangewakkerd 🔥❤️! Selamat Makan!


En wat een mooie en warme dagen hebben we gehad! Een bezoekje aan een vriend waar ik al maanden niet was geweest, mijn Club Tropicana opgeruimd en schoongemaakt, groot feest bij manege Morgenstond (40 jaar 🍾🥳🐎!!) En eindelijk weer mijn vriendin (wij kennen elkaar dit jaar 31 jaar) gezien! Kes, hou van jou ❤️🫶!

68 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page